Digitale billboards op school zorgen voor de nodige discussie in Nijmegen. Want waar ligt de grens tussen praktische informatie, sponsoring en commerciële beïnvloeding? De discussie ligt extra gevoelig omdat leerlingen niet vrijwillig in die omgeving zitten, maar dagelijks verplicht naar school gaan.

Scholier start discussie over reclame op school

Op het Mondial College in Nijmegen verschenen onlangs op digitale billboards niet alleen praktische mededelingen, maar ook commerciële reclames. De schermen waren in eerste instantie bedoeld voor informatie aan leerlingen, zoals roosterwijzigingen, activiteiten of schoolfeesten.

Scholier Bram Leisink vond dat niet kloppen en begon een petitie tegen commerciële reclame op school. Zijn punt als een externe partij geld verdient aan de aandacht van leerlingen, hoort deze reclame niet thuis in een onderwijsomgeving.

Ook verschillende Nijmeegse politieke partijen reageren kritisch. Raadslid Cees de Beer van de Stadspartij zegt tegen AD: “Leerlingen gaan naar school om te leren. Er is hier iets scheefs aan: ze zijn verplicht om op school te zijn, maar als enige prikkel worden ze wél blootgesteld aan commerciële reclames.”

billboard reclame op scholen

Waarom reclame op school gevoelig ligt

De discussie gaat dus niet over een paar logo’s op een scherm. Het punt is vooral dat leerlingen geen gewone consumenten zijn die vrijwillig langs een abri in Nijmegen lopen. Nee, ze zitten op school omdat ze daar moeten zijn. Daardoor is de reclameomgeving minder vrijblijvend dan bijvoorbeeld in een winkelstraat of op een treinstation.

Daar komt bij dat kinderen en jongeren extra gevoelig kunnen zijn voor commerciële prikkels. Zeker als reclame wordt getoond op schermen die zij normaal vertrouwen voor schoolinformatie. Een bericht over een roosterwijziging en een commerciële aanbieding staan dan ineens in dezelfde informatiestroom.

Sponsoring is niet automatisch verboden

Deze case was voor Mediamax aanleiding om te kijken of en welke spelregels de overheid hiervoor heeft opgesteld. Hieruit blijkt dat sponsoring op school niet per definitie verboden is. Er is sprake van sponsoring wanneer een school een geldelijke of materiële bijdrage ontvangt en daar een tegenprestatie tegenover stelt waar leerlingen mee te maken krijgen.

Zo’n tegenprestatie kan bijvoorbeeld bestaan uit het vermelden van een boodschap van een sponsor in de school of in communicatiemiddelen, zoals een nieuwsbrief. In theorie kan een reclamebord, sponsorposter of digitaal scherm dus onder sponsoring vallen. Maar daarmee is het nog niet automatisch toegestaan.

De spelregels maken verder duidelijk dat sponsoring zorgvuldig moet worden beoordeeld. De samenwerking mag de ontwikkeling van kinderen niet schaden, de onderwijsinhoud mag niet worden beïnvloed en de kernactiviteiten van de school mogen niet afhankelijk worden van sponsoring.

“Niet elke commerciële boodschap past automatisch op een billboard op school.

Verschil tussen sponsoring en reclame

Een belangrijk onderscheid is dat sponsoring meestal gekoppeld is aan een concrete bijdrage aan de school: denk aan een bedrijf dat een sportdag, schoolproject of voorziening mogelijk maakt en daarvoor bescheiden wordt vermeld. Da’s natuurlijk wat anders dan doorlopende commerciële reclame op schermen waar leerlingen dagelijks langs lopen.

Bij digitale reclameschermen wordt de grens sneller vaag, want als een externe exploitant advertentieruimte verkoopt en leerlingen als doelgroep worden gebruikt, lijkt het minder op sponsoring en meer op commerciële exploitatie van de schoolomgeving. Precies daar zit volgens ons de pijn in Nijmegen.

De vraag is dus niet alleen: staat er een sponsorlogo? De vraag is meer: wie verdient hieraan, welke tegenprestatie levert de school en worden leerlingen bewust blootgesteld aan commerciële boodschappen? Als het antwoord vooral draait om advertentie-inkomsten, wordt dit natuurlijk lastiger te verdedigen.

middelbare school

Medezeggenschapsraad moet instemmen

Volgens de spelregels mag een schoolleiding ook niet zelfstandig een sponsorovereenkomst aangaan. De medezeggenschapsraad moet vooraf instemmen met de sponsorovereenkomst voordat de schoolleiding er een besluit over kan nemen en voordat de afspraak kan ingaan.

Dat is belangrijk, omdat via de medezeggenschapsraad ouders, personeel en soms ook leerlingen invloed hebben op dit soort keuzes. Reclame in een schoolgebouw raakt niet alleen de directie of het bestuur, maar de hele schoolgemeenschap. Het gaat immers om de dagelijkse omgeving van kinderen.

Daarnaast moet het sponsorbeleid worden vermeld in het schoolplan en de schoolgids. De afspraken moeten dus inzichtelijk zijn. Een school moet kunnen uitleggen welke partij reclame maakt, wat de school daarvoor ontvangt en waarom deze vorm van sponsoring wenselijk wordt gevonden.

Billboards op scholen moeten voldoen aan de opgestelde spelregels van de overheid.

Niet elke reclameboodschap past bij onderwijs

De spelregels benoemen verder dat sponsoring niet schadelijk mag zijn voor de ontwikkeling en leefstijl van het kind. Ook moeten de schoolleider en medezeggenschapsraad de boodschap van de sponsor beoordelen op wenselijkheid. Dat betekent dat niet alleen de financiële opbrengst telt.

Reclame voor een festival, webshop of commerciële actie kan daardoor gevoeliger liggen dan een vermelding van een lokale sponsor bij een schoolactiviteit. Zeker wanneer de reclame niet educatief, maatschappelijk of schoolgerelateerd is, maar puur bedoeld lijkt om leerlingen tot consumentengedrag aan te zetten.

Ook is relevant dat namen en logo’s van sponsors niet gebruikt mogen worden in digitaal of analoog lesmateriaal. Dat laat zien dat de regels juist willen voorkomen dat commerciële partijen te diep doordringen in de onderwijsomgeving. Een reclamescherm in de hal is geen lesboek, maar de achterliggende zorg is vergelijkbaar.

Kortom, zijn billboards op school toegestaan?

In onze visie zijn billboards op school mogelijk, zolang het héél zorgvuldig is geregeld. Zo moet de MR hebben ingestemd, moet de reclameboodschap passend zijn én mogen leerlingen niet geschaad of ongewenst beïnvloed worden.

Gewone ‘platte’ advertenties zijn op school lastiger te verdedigen. Zeker als het gaat om wisselende advertenties van commerciële merken, webshops of evenementen die weinig met onderwijs te maken hebben. Dan voelt het al snel alsof de aandacht van leerlingen wordt verkocht.

Dat er in Nijmegen commotie is ontstaan, is dus enigszins wel te begrijpen. Want politiek en maatschappelijk ligt de lat natuurlijk hoger dan alleen mag het juridisch net wel? Een school moét kunnen uitleggen waarom zo’n reclame-uiting past bij haar (pedagogische) verantwoordelijkheid.